Voeding en fysieke degeneratie

Weston Price

Weston Price (1870-1948) was een Canadese tandarts en voedings-pionier, die in de jaren '30 intensief onderzoek heeft verricht naar het voedingspatroon van 14 pre-industriële volkeren overal ter wereld die nooit een tandarts nodig hadden. In zijn praktijk in Ohio zag Price ernstige kaakmisvormingen en andere gezondheidsproblemen. Dat was in de jaren twintig, precies de tijd waarin de voeding in de VS volledig veranderde.. van een focus op landbouw naar industrialisatie en langdurig houdbare blikvoeding.

Hij vroeg zich waarom hij in de VS overal cariës zag, en mensen met onderontwikkeld kaakbeen (overbeet), terwijl er niet ver weg grote groepen Eskimo's leefden met voortreffelijke gebitten.

Het was voor Weston Price de aanleiding voor een wereldreis, waarin hij 10 jaar lang de meest uiteenlopende voedingspatronen beschreef van volkeren in Amerika, Europa, Azië, Afrika, en de Stille Zuidzee. Hij vergeleek de gebitten van geïsoleerde natuurvolkeren met die van hun streekgenoten die in contact waren gekomen met geraffineerde westerse voeding.

Waar ze ook woonden, deze volkeren hadden een aantal zaken gemeenschappelijk. Ze hadden zonder uitzondering rechtstaande tanden zonder tandbederf, een mooie lichaamsbouw, ze hadden een grote weerstand tegen ziekte, en ze leefden op traditionele voeding uit de eigen omgeving, met tien keer zo veel in vet oplosbare vitamines en mineralen als de westerse mens op dat moment.

Zo kwam bij de oorspronkelijke bewoners van Alaska TBC veel minder vaak voor, verliepen bevallingen veel soepeler, waren kinderen levendiger en beter weerbaar tegen ziekte dan de volkeren die waren overgestapt op bewerkte voeding (lees: suiker en zetmeel).
Hetzelfde patroon deed zich voor bij alle geisoleerde volkeren die Weston Price over de hele wereld bezocht. Ouderen wisten welke voeding nodig was, ze gaven de kennis hierover door aan de jongeren, aan de zwangere en zogende vrouwen. Ze vereerden bepaalde voeding: vis, dierlijk vet, orgaanvlees, zeewier, schaaldieren, melk, eieren.
De geheimen waren: cholesterolrijke en vetrijke producten. En dat is precies de voeding die in onze tijd meer dan eens angstvallig vermeden wordt.

Eilandbewoners ten noorden van Australie

Het boek van Weston Price uit 1939 'voeding en fysieke degeneratie' is een prachtig document uit een tijd dat er nog kerngezonde volkeren bestonden.

Degeneratie en regeneratie

Weston Price telde de gezonde gebitten en onderzocht de mineralendichtheid in de voeding; daarnaast beschreef hij hoe deze volkeren met de natuur omgingen, hoe ze voedsel vingen, hoe ze voedsel bereidden, hoe zij met elkaar omgingen. In de jaren '30 was het tragisch goed zichtbaar: hoe meer we via spoorwegen met elkaar verbonden waren, hoe meer voeding uit de 'beschaafde' wereld, hoe sneller de fysieke aftakeling begon.

Mensen uit deze volkeren met wie hij sprak maakten zich daar echt zorgen over. Hun ras, hun kracht en hun traditie ging zienderogen achteruit. Ze zagen zich door de economische pressie gedwongen tot voor hen ziekmakende voeding, en dat is de voeding die de westerse mens toen al geruime tijd gewend was : geraffineerde koolhydraten, zetmeel, suiker.

Anno 2013 is het probleem nog dringender geworden. Naast cariës en overbeet, hebben we ook nog eens een explosie van kanker, diabetes, hart- en vaatziektes, neurologische ziektes, spierziektes, autisme, ADHD, depressie, psychiatrische problemen bij kinderen, bijnieruitputting en letterlijk ondervoeding.
Wie alles inslaat bij de supermarkt ontkomt niet aan een overdaad van fructose/glucose, gistextracten, ongefermenteerde soja en transvetten, producten die aantoonbaar schadelijk zijn voor de gezondheid, en die in de tijd dat Weston Price degeneratie observeerde nog geen gemeengoed waren. Inmiddels wel. Het is al lang vijf voor twaalf geweest.

Uiteraard gaat dat samen met een explosie van de farmaceutische pillen, van zorgpakketten, tandheelkunde, orthodontie, én... met dank aan het moderne onderwijs en de massamedia, een explosie van onwetendheid.

We zitten feitelijk al 60 jaar met een hele campagne van misinformatie. We hebben met z'n allen iets te lang geloofd in de leugens van de overheid cq het voedingscentrum, maar het kaartenhuis van leugens gaat hoe dan ook in elkaar storten.

Dierlijk vet en cholesterol zijn niet de oorzaak van hartaandoeningen. De ware verantwoordelijken zijn: 
- overvloedige consumptie van plantaardige oliën en transvetten, 
- overvloedige consumptie van geraffineerde koolhydraten zoals suiker en meel
- mineralentekorten, vooral van het beschermende magnesium en jodium
- vitaminetekorten, vooral vetoplosbare A, D, E, K en vitamine C dat nodig is voor stevige vaatwanden
- te weinig anti-oxidanten, selenium en vitamine E, onze bescherming tegen vrije radicalen,
- het verdwijnen van de anti-bacteriële (verzadigde) vetten uit ons eten: dierlijk vet en tropische olie  



Alaska / Polynesië 

Weston Price beschrijft dat de zwakke ontwikkeling van de kaken en de staat van het gebit slechts een indicatie is van de staat van het hele lichaam. Vooral onze organen zijn er niet best aan toe. Maar met de juiste basisvoeding kunnen we wel weer regenereren, al zullen er dan nog één of twee generaties overheen gaan.

Wat op dit moment wel speelt: voeding is één de meest gevoelige onderwerpen om over te beginnen. Vertellen dat we met z'n allen doodziek zijn of worden gemaakt is nog tot daar aan toe, suiker gaat ook nog wel, maar dat is meestal wel genoeg.
Begin niet over genotsmiddelen, zetmeel, granen of koolhydraten. Oftewel: koffie met een koekje, de boterham, en 's avonds de berg aardappels. Een gemiddeld westers lichaam krijgt veel te veel koolhydraten binnen, waardoor onze stofwisseling ten einde raad overgaat op suikervergisting (koolhydraten zetten zich om in suikers).
En de remedie: dierlijke vetten. Ook dat is niet altijd een populaire gedachte. Artikelen over gezondheid ontwijken vaak het belang van dierlijk vet (juist ook voor mensen die willen afvallen); men schrijft liever over gezonde producten die minder gevoelig liggen: het beste voorbeeld is natuurlijk olijfolie.

Het meest bekende argument van mensen die dit liever niet horen gaat ongeveer zo: er zijn zovéél mensen geweest die ideeën hebben over gezonde voeding, die ideeën lopen nogal uiteen, kortom: we weten het niet. Een ander argument: het zal allemaal best meevallen als je gewoon bruin brood eet en regelmatig sinaasappelsap drinkt. Het komt immers uit de natuur.

Het is allebei een misverstand. Maar het mooie is: ergens weten we dat allemaal. Wat wij in de supermarkt zien liggen is kapotgeraffineerd, vrijwel alle voedingswaarde is eruit gehaald.. brood is onvergelijkbaar met wat het ooit kan zijn geweest. De moderne granen uit de supermarkt zijn geïntroduceerd in de jaren '50 en '60, en er is een direct verband met diabetes, obesitas en tandbederf. (zie William Davis)
En de sinaasappel staat zo ver af van wat het ooit kan zijn geweest, dat je inmiddels toch echt meer schade hebt van de fructose dan baat bij de vitamine C. Het lichaam draait op vet, de longen draaien voor 100% op verzadigd vet, de hersenen bestaan vrijwel uitsluitend uit water en vet.

We staan allerlei sluipmoordenaars toe in ons eten, en we staan er nauwelijks bij stil waarom de dokter of de overheid ons daar geen eerlijke voorlichting meer over geeft. Dat is ooit toch echt wel anders geweest. Kort na de oorlog was er nog wel degelijk wijsheid bij de verantwoordelijken... in de tijden van de levertraan.

Diezelfde overheid die zegt voor de burger te willen zorgen, heeft inmiddels allerlei afspraken lopen met de industrie, en de industrie heeft weer belangen die daar ver bovenuit stijgen. Het is zo'n doolhof geworden dat adviezen van de overheid niet meer serieus te nemen zijn.  Een simpel voorbeeld: er kunnen geen patenten worden aangevraagd op ongeraffineerde producten uit de natuur. Producten waar we niets meer aan hoeven te doen, die uit zichzelf al supergezond zijn: gewone eieren bijvoorbeeld.
Plantaardig vet kan tegen absolute bodemprijzen worden gemaakt en duur worden verkocht; een goudmijntje dus voor een slimme reclamemaker. Bij dierlijk vet is er altijd nog de basisprijs van de dieren. Het is ook niet vreemd dat overheid noch de industrie dit ons eerlijk vertelt. We zijn met z'n allen alleen nog maar in geld aan het denken. En ook dat weten we allemaal.

14 jaar geleden is in de VS de Weston Price Foundation opgericht. Dat is een non-profit organisatie zonder banden met de voedingsindustrie, die uitgaat van de wijsheid van de veertien onderzochte natuurvolkeren. Zij hebben wel veel contacten met zelfstandige boerenbedrijven, die hun producten rechtstreeks verkopen. Eerlijke, oorspronkelijke en dus vooral ook vette voeding is wat mij betreft een leuke hobby geworden, waar vooral mijn eigen gezondheid enorme baat bij heeft gehad.

Ik geef een korte verwijzing naar teksten van mensen die hier al iets langer mee bezig zijn. Vervolgens geef ik een kort overzicht van verschillende volkeren die Weston Price heeft bezocht, en hun eetpatroon.


Teksten en sites


Voortplanting en degeneratie, een lange tekst, om even voor te gaan zitten.

Weerlegging van kritiek op Weston Price

Suikerverslaving

Voeding als wapen

Waarom de huidige wetenschap onderdeel is van het probleem


Een uitstekende website met artikelen in het Nederlands is: www.gelderland.westonprice.nl

Mike Donkers is de vertaler van het boek van Weston Price.
www.westonprice.nl 

Heleeen Quantrill heeft gezonde ideeën over voeding, gebaseerd op zowel Paleo, GAPS als Weston Price.
www.eetgoedvoeljegoed.com

Juglen Zwaan houdt de vinger aan de pols in de voedingswereld wereldwijd.
www.ahealthylife.nl

Bastiaan den Hartigh houdt zich bezig met Weston Price, maar ook met  'gezond verstand avonden': gevarieerde onderwerpen van verschillende sprekers
www.selfmatters.nl



Natuurvolkeren die Weston Price heeft bezocht


1. Zwitserse boeren, Lötschental

Het voedingspatroon van de Zwitsers in het Lötschental bestond hoofdzakelijk uit (rauwe) melk van grasgevoerde koeien (hoog vitaminegehalte), rauwmelkse kaas, roomboter, roggebrood (zuurdesembrood vol mineralen), bottenbouillon, één keer per week rundvlees en af en toe druiven. 

2. Schotland, de buitenste Hebriden

Het voedingspatroon van de Schotten op de Hebriden bestond hoofdzakelijk uit kabeljauw, kreeft, platvis, haverproducten (haverkoek en havermoutpap), en een beetje gerst.

Schotten op het eiland Lewis
3. Eskimo's

Het voedingspatroon van de oorspronkelijke Eskimo's bestond hoofdzakelijk uit wilde zalm, organen van grote zeedieren, zeewier, viseitjes, wilde kariboe, veenbessen, en af en toe gemalen noten

4. Indianen in Noord-Amerika

Het voedingspatroon van de Indianen die geen toegang tot de zee hadden bestond hoofdzakelijk uit wild: beren, elanden, met name orgaanvlees (vitamines), beenmerg en bot (mineraalzout), aangevuld met gekookte planten en vruchten uit het bos.

5. Melanesiërs, Fiji 

Het voedingspatroon van de Melanesiërs bestond hoofdzakelijk uit kokoskrabben, wilde zwijnen, vis, en planten en vruchten uit de berggebieden, waaronder kokosnoten.

6. Polynesiërs, Tahiti en Hawaï

Het voedingspatroon van de Polynesiërs die nog niet leefden van geïmporteerde voeding uit de haven bestond uit vis en gefermenteerde tarowortel.

7. Masaï, Oost-Afrika

Het voedingspatroon van de Masaï bestond uit (rauwe) melk, vlees en bloed van het gezonde vee, aangevuld met wild.

8. Buganda, Oeganda

Het voedingspatroon van de Buganda bestond uit grote hoeveelheden zoete aardappelen en wilde bananen, vaak aangevuld met vis. Andere volkeren in Oost-Afrika hadden een voedingspatroon dat leek op de Masaï, of ze aten vis aangevuld met granen, insecten, miereneitjes en sprinkhanen.

Kongo

9. Arabieren, Noord-Soedan en Jemen

Het voedingspatroon van de Arabieren in Noord-Soedan bestond hoofdzakelijk uit (rauwe) kamelenmelk en -boter. De Arabieren in Jemen vulden dit aan met lamsvlees en brood.

10. Aboriginals, Australië

Het voedingspatroon van de Aboriginals bestond hoofdzakelijk uit vis, schaaldieren, zeeplanten, of wild, watervogels, vogeleieren, insecten, en plantaardige voeding zoals gekookte wortels, stengels, bladeren, bessen en een inheemse erwt.

11. Maleisische eilandbewoners in de straat Torres

Het voedingspatroon van de Maleisische eilandbewoners (bv Papoea's) bestond hoofdzakelijk uit vis, schaaldieren, taro-wortels, wilde bananen en pruimen.

12. Maori, Nieuw-Zeeland

Het voedingspatroon van de Maori bestond hoofdzakelijk uit vis, schaaldieren zoals de zeeoor, varenwortels, zeewier en larven.


Maori, Nieuw-Zeeland
Schaaldieren, Nieuw-Zeeland


13. Inca's (Chimú), Noord-Peru

Het voedingspatroon van de Indianen in het noorden van Peru bestond uit vis, zeewier, vlees van de lama, geroosterde granen, quinoa, maïs, bonen en verpulverde aardappelen.

14. Aymara's, Zuid-Peru

De bergvolkeren in Bolivia en Zuid-Peru leefden in de streek waar de yucca vandaan komt, de voorloper van onze aardappel, maar eten die bijzonder weinig. Zij aten vlees, vooral orgaanvlees, aangevuld met taro-wortels.

Er zijn op dit moment nog wel groepen met dezelfde leefwijze als de volkeren die Weston Price bezocht, maar ze zijn echt op één hand te tellen. Het beste voorbeeld zijn de Mongolen, een volk dat nog steeds grotendeels nomadisch leeft, alhoewel dat ook sterk terugloopt. Het voedingspatroon van de Mongolen bestaat uit (rauwe) melk en het vlees van schapen, ossen en kamelen.Over hun leefwijze in de 21e eeuw is een drietal prachtige semi-documentaires gemaakt door Byambasuren Davaa.
Die geven waarschijnlijk een veel betere indruk van de wijsheden van natuurvolkeren dan allerlei droge studies. Helaas niet meer te vinden op youtube:

Story of the weeping camel
The cave of the yellow dog
Two horses of Genghis Khan



Mongoolse nomaden in Siberië



Weston Price vs vegetarisme 

Weston Price is op zoek gegaan naar gezonde volkeren die vegetarisch leefden, maar: "Tot op heden heb ik geen enkele groep onder de primitieve rassen gevonden die uitstekende lichamen ontwikkelde en onderhield door volledig van plantaardige voeding te leven. Een aantal groepen probeert dit te doen maar mislukt hier duidelijk in."

Weston Price schrijft verder: "Een belangrijke bron van misverstanden wordt gevormd door aan mode onderhevige literatuur en dogma's, zoals bijvoorbeeld de misvatting van velen dat zij uitsluitend alkalische voedingsmiddelen dienen te nuttigen, en dat er een groot gevaar verbonden is aan de consumptie van zuurvormende voedingsmiddelen".

En dat is precies het verhaal wat we vandaag de dag nog wel eens lezen. Er staat niet bij dat het lichaam een ingebouwde balans heeft voor wat betreft zuren.

Over de Pathanen, een volk in Noord-India, schrijft Price dat zij zeer sterke gebitten hadden met dank aan de goede zuivel. Price is zelf nooit in India geweest, maar heeft informatie overgenomen uit een artikel uit 1936 van Robert McCarrison. Die beschrijft dat Pathanen veel zuivel dronken, gecombineerd met lamsvlees en bepaalde granen.

Waar het op neer komt: voeding zonder dierlijke vetten is totaal niet bevorderlijk voor de gezondheid, het kan hooguit tijdelijk een functie hebben tijdens ontgifting of voor spirituele rituelen.

Overheid en media hebben sinds de jaren '70 ineens grote aandacht voor vegetarisme, maar we krijgen weinig eerlijke informatie. Meestal gaat het argument over de bio-industrie, en dat is een heel andere discussie. Ideeën van de Weston Price Foundation gaan over whole foods, met een nadruk op dierlijke voeding uit de lokale omgeving. Vlees uit de bio-industrie heeft daarin absoluut geen plaats.

De echte reden dat vegetarisme een zogenaamd trendy imago zou moeten krijgen, heeft te maken met ideeën van de VN en agenda 21... denkend aan een wereld vol genetisch gemanipuleerde graanvelden en wereldwijd een verzwakte bevolking die werkelijk is gaan geloven dat er niets anders meer opzit.
Studies vanuit de vegetarische hoek die het tegendeel willen tonen, zien zich op een of andere manier gesponsord door het grote geld en de grote leugens, alle nobele motieven ten spijt.
Wil men echt iets weten over de eigen gezondheid - er is een uitgebreide studie van Nora Gedgaudas over de invloed van voeding op het functioneren van onze hersenen.

Rauwe melk

Het is trouwens vooral te danken aan de Weston Price Foundation dat de rauwe melk sinds een jaar of 10 weer onder de aandacht is gebracht. Als de koeien grasgevoerd zijn, dan is ongepasteuriseerde melk vrijwel de meest volledige voeding die er is.
Gezonde volkeren die geen vee konden houden en die niet in de tropische zon leefden, aten veel orgaanvlees, gekookte bottenbouillon en beenmerg om dezelfde hoeveelheid mineralen te vinden die wij gewoon uit melk kunnen halen, dat wil zeggen.. rauwe melk. Lees ook de heldere toelichting : waarom rauwe melk ?
Pasteurisatie haalt niet alleen al deze voedingsstoffen eruit, het voegt ook nog eens een hoop ellende toe. Er zijn dan inmiddels ook behoorlijk veel mensen die gepasteuriseerde melk niet goed verteren. Voor verreweg de meesten zou een overstap naar rauwe melk uitkomst bieden (zie een overzicht van adressen door heel Nederland: gegarandeerd gezonde koeien van eerlijke boeren).

Wij dronken in Nederland de melk altijd ongepasteuriseerd. Dit is pas veranderd na de oorlog, met de opkomst van de massa-melkproductie. Pasteurisatie is een 19e eeuws proces, het is in feite overbodig in de tijd van koelkasten, maar het wordt nog altijd gebruikt zodat ook zieke koeien intensief kunnen worden gemolken. Zieke koeien... Een koe die te ziek is om gemelkt te worden, die melkt de boer natuurlijk niet. Rauwe melk is een uitstekende ontgifter, vooral voor onze organen. En we hebben in Nederland een uitstekende biologisch-dynamische standaard, dus de moeite waard om het - opnieuw - te introduceren.


Geen opmerkingen: